Samenvatting:
Een meisje wenst dat haar vader terugkeert van een verre reis, deze wens wordt vervult door een betoverd paard. Als het meisje dan toch nog ontevreden wordt gebeurd er iets waar men nog steeds nut van heeft: de zijderups verschijnt.

Zijderups en paard in de hoge oudheid

Volgens de overleving leefde er in de hoge oudheid een man die op een verre reis vertrok. Thuis bleef zijn enige dochter alleen achter, met een hengst die zij persoonlijk verzorgde. Zij woonde eenzaam in een afgelegen oord en verlangde in haar gedachten naar de thuiskomst van haar vader. Ze zei voor de grap tegen het paard: "Als jij mijn vader kunt terugbrengen, zal ik met jou trouwen."
Zodra het paard deze woorden had vernomen, rukte het zich los van de teugel en ging regelrecht naar de plaats waar haar vader zich bevond. Bij het zien van het paard was haar vader blij verrast, hij ving het dier en bereed het. Het paard, met de neus naar de richting waarvandaan het was gekomen, hinnikte droef zonder op te houden en haar vader dacht: Zou er thuis soms iets gebeurd zijn dat dit paard zich zo gedraagt? En gehaast reed hij op het paard terug naar huis. Omdat het beest zon uitzonderlijke trouw had betoond, kreeg het een extra portie voer, maar het paard weigerde te eten en telkens wanneer het paard het meisje zag lopen, begon het opgewonden te steigeren en te schoppen. Nadat dat de nodige keren was gebeurd, begon haar vader zich daarover te verwonderen en hij ondervroeg zijn dochter. Zij biechtte hem alles op, dat moest de reden zijn. Haar vader zei: "Zwijg hierover, want anders zou je de familie te schande maken. En blijf voorlopig binnen." Daarop doodde hij het dier door het vanuit een verborgen positie met zijn kruisboog neer te schieten. De gevilde huid legde hij te drogen op de binnenplaats.

Tijdens een afwezigheid van haar vader speelde het meisje met een buurmeisje in de buurt van het huis. Ze schopte tegen de paardenhuid en zei: "Jij stom beest, je wilde trouwen met een mens. Het is je eigen schuld dat je bent geslacht en gevild, wat heb je te klagen?" Ze was nog niet uitgesproken of de paardenhuid ging recht overeind staan, omwikkelde haar en verdween. Het buurmeisje was doodsbenauwd en durfde haar niet te hulp te komen. Ze rende naar de vader om het te vertellen. Toen hij snel naar huis ging, bleek zijn dochter spoorloos verdwenen.
Enkele dagen daarna vonden ze haar in de takken van een grote boom. Het meisje en de paardenhuid waren veranderd in zijderupsen, en toen die zich op die boom insponnen waren de cocons eens zo dik als die van gewone zijderupsen. De vrouwen uit de buurt verzamelden ze en kweekten ze en hun oogst was het veelvoudige.

Print.