RIVIEREN EN MEREN

De Yangze JiangIn totaal telt China ca. 5000 rivieren, die bijna allemaal in oostelijke richting stromen en dan uitmonden in de Stille Oceaan of de Indische Oceaan. De totale lengte van alle rivieren samen bedraagt ca. 225.000 kilometer, waarvan meer dan 100.000 kilometer goed bevaarbaar is. In tegenstelling tot de rivieren in het noorden bevriezen de zuidelijke rivieren nooit.

Veel rivieren zetten grote hoeveelheden slib af, waardoor delta’s zijn gevormd die zich steeds verder zuidwaarts uitbreiden. Hier zijn vruchtbare deltagebieden ontstaan die een zeer hoge bevolkingsdichtheid hebben. Miljoenensteden als Kanton, Shanghai en Tianjin liggen in deze gebieden.
De twee grootste rivieren van China zijn de Huang He (Goe-ang Gu) of Gele Rivier (4845 km) en de Yangzi Jiang (spreek uit: Jangtsu Tsie-ang) (5200 km). De Gele Rivier is berucht om zijn overstromingen, die grotendeels worden veroorzaakt door de grootschalige ontbossing in het binnenland, waardoor de waterhuishouding in het stroomgebied van de rivier bijna niet te beheersen is.
Door grote slibafzetting (jaarlijks ca. 1,5 miljard ton) is de bedding van de rivier op sommige plaatsen zelfs boven het omringende land komen te liggen en is de benedenloop van de rivier regelmatig verlegd, tot nu toe meer dan 25 keer. Meer dan 100.000 kilometer dijken moeten ervoor zorgen dat de rivier niet constant buiten haar oevers treedt. De laatste 2000 jaar is de rivier zo’n 1500 maal overstroomd, en wordt daardoor ook wel ‘China’s zorg’ genoemd. Door de zeer grote hoeveelheden vruchtbare grond (löss) die door de rivier naar de zee gevoerd wordt, heeft de rivier de naam 'Gele Rivier' gekregen.

De Yangzi Jiang heeft lang niet zo’n desastreuze invloed op het landschap en is met haar wijdvertakt stelsel van zijrivieren dan ook van veel grotere betekenis voor de scheepvaart. Na de Amazone en de Nijl is de Yangzi Jiang de langste rivier ter wereld. Zo'n 700 zijrivieren zorgen voor de afwatering van een gebied dat bijna 2 miljoen km2 beslaat. Dat wil zeggen: bijna 20% van het Chinese grondgebied - en een kwart van het land dat geschikt is voor landbouw. In het noorden zijn de Yalong Jiang, de Jialing Jiang, de Min Jiang en de Tuo Jiang de belangrijkste zijrivieren, in het zuiden speelt de Wu Jiang een grote rol. Vanaf de delta ten noorden van Sjanghai, is de rivier voor zeeschepen bevaarbaar tot aan Wuhan, dat bijna 1000 kilometer stroomopwaarts ligt. Langs de benedenloop, die bekend staat als Yangzi, stroomt de rivier door het grootste deel van de belangrijke industriegebieden en langs centra waar zijde, borduur-, lak- en houtsnijwerk worden geproduceerd.

Grote rivieren in het noorden zijn de Songhua Jiang, de Heilong Jiang of Amoer (grensrivier met de Sovjet-Unie), de Yalu Jiang (grensrivier met Korea) en de Xiliao He. De noordelijke rivieren kennen grote verschillen in hun waterstand, afhankelijk van de seizoenen. In de zomer zwellen de rivieren enorm aan en in de
winter blijft er niet veel meer over dan een kleine stroompje. In de zomer van 1998 beleefde China de ernstigste overstroming van de rivier Jangtzi Jiang sinds 1954. Naar schatting 240 miljoen mensen werden hierdoor getroffen. Miljoenen mensen moesten hun woning ontvluchten en minstens 2000 mensen - mogelijk veel meer - kwamen om.

In het zuiden is de Xi Jiang (1600 km) met zijn zijrivieren van regionale betekenis. De Yarlungzangbo, die oostwaarts over het Qinghai-Tibet-plateau stroomt en tenslotte als de Brahmaputra in de Golf van Bengalen uitmondt, is de hoogst gelegen rivier ter wereld.
Binnenrivieren worden voornamelijk aangetroffen in het droge noordwesten. Deze rivieren bevloeien eenderde van het totale grondgebied van China. Ze worden gevoed door gletsjers en sneeuw en drogen daardoor regelmatig op. De meeste binnenrivieren dragen bij tot de uitgestrekte ondergrondse waterreservoirs die onder het woestijngebied van Noord- en Noordwest-China liggen. Met 2137 kilometer is de Tarim de langste binnenrivier van China.
Omdat de meeste rivieren van oost naar west lopen is in de loop der eeuwen een kanalenstelsel ontwikkeld om de van noord naar zuid verlopende goederenstroom in goede banen te leiden.
Het Grote Kanaal, de langste door mensenhanden aangelegde waterweg ter wereld, is al tijdens de Sui-dynastie (589-618) aangelegd en verbindt over een lengte van 1700 kilometer Hangzhou met Beijing. Sommige delen van het netwerk van kanalen dateren van bijna 2500 jaar geleden. De gemiddelde breedte van het kanaal bedraagt 30 meter. Het deel tussen Beijing en Tianjin is volledig opgedroogd en andere stukken zijn onbevaarbaar geworden.

In totaal telt China ca. 2800 meren, waarvan de helft gevuld is met zout water.
Het oosten van China telt een groot aantal meren, waarvan het Poyangmeer (2800 km2) en het Dongtingmeer (4800 km2) de grootste zijn. Deze meren liggen in de Yangzi-vlakte en het Qinghai-Tibet-plateau.
De meren in het noordwesten van het land liggen vooral op hoogvlaktes en zijn meestal waterverzamelplaatsen in afvoerloze gebieden, met een sterk wisselende waterstand en een hoog zoutgehalte. Het grootste is Qing Hai of Chöch Nuur (Westelijke Zee), met 4800 km2. Aan de oostkant van het Tarim-bekken ligt Lop Nor, het op een na grootste zoutmeer van China. Lop Nor beslaat ca. 2570 km2 en is de afgelopen millennia voortdurend van plaats, vorm en diepte veranderd. Rond dit mysterieuze meer bevinden zich vele zandduinen en witte zoutpannen.
Het Taihu-meer in de oostelijke provincie Jiangsu heeft een oppervlakte van 2400 km2 en behoort daarmee tot de grootste zoetwatermeren van China. In het meer liggen ca. 90 eilanden en het meer wordt gebruikt voor de eenden- en ganzenteelt, men verbouwt er waterkastanjes en lotusbloemen en vangt er vissen en kreeften.

Bronnen:
China
Cambium, 1998

China
Informatie Verre Reizen, 2001


Harper, D. / China
Kosmos-Z&K, 2002

Jansen,I. / China
Gottmer/Becht, 2000


Knowles, C. / China
Van Reemst, 2002

MacDonald, G. / China
Kosmos-Z&K, 1998

Eijck, F.
Reishandboek China
Elmar, 1996

Floor, H. / China
Stichting Teleac, 1988

Print

Download alle hoofdstukken in één PDF file