DE TAAL

De officiële taal van China is het standaard-Mandarijn (Putonghua of Guoyu), het basisdialect van Noord-China. Deze taal wordt verstaan door de meerderheid (ca. 70%) van de bewoners van de Chinese Volksrepubliek. Elke provincie heeft een eigen 'dialect'; vele daarvan, zoals die bijvoorbeeld worden gesproken in de provincies Hunan en Guangdong, zouden zelfs officiële talen kunnen worden genoemd. Verder hebben alle grote minderheidsvolkeren, met uitzondering van de Hui, een eigen taal.

Sinds 1958 wordt via scholen en radio het standaard-Mandarijn als spreektaal voor heel China bevorderd. Ook wordt nog steeds voortgegaan met een vereenvoudiging van de Chinese lettertekens. De vereenvoudigde romanisering of fonetische transcriptie van de Chinese lettertekens, de zogenaamde Hanyu-Pinyen-spelling, werd per 1 januari 1979 officieel geaccepteerd.
Het Chinese karakter 'lai', wat 'komen, arriveren' betekend, geschreven in het traditionele schrift
De Chinese taal behoort tot de Sino-Tibetaanse taalfamilie, in het bijzonder tot de Sinitische tak daarvan. Deze Sinitische tak is weer onder te verdelen in zeven dialectgroepen: Mandarijn-Chinees, Kantonees (Yuè), Min, Hakka (Kèjiâ), Wú, Gàn en Xiâng.

Dialecten

De Mandarijn-Chinese dialecten zijn onderling zeer nauw verwant en worden gesproken van Noordoost-China tot 4000 km zuidelijker in Yunnan. Onder andere het Peking-Chinees, waarop de standaardtaal gebaseerd is, behoort tot deze groep.
Het Kantonees (Yuè) uit Guangdong, met als hoofdstad Kanton, geldt onder Chinezen buiten China als de officieuze standaardtaal. Het Kantonees wordt in Nederland veel door de Chinese bevolkingsgroep gesproken.
In de geïsoleerde provincie Fujian hebben de Min-dialecten zich betrekkelijk onafhankelijk ontwikkeld, waardoor sommige kenmerken een uniek perspectief bieden op oudere taalfasen.
Het Hakka (Kèjiâ) wordt in het noorden van Guangdong en in een aantal kleinere Zuid-Chinese gebieden gesproken. De Hakkabevolking stamt waarschijnlijk af van Noord-Chinese migranten, maar gezien de overeenkomsten met het Min en het Kantonees hoort het Hakka taalkundig in Zuid-China thuis.
De Wu-dialecten worden voornamelijk gesproken in Zhejiang en Jiangsu, ten zuiden van de monding van de Yangzi Jiang. Ook de miljoenenstad Shanghai ligt in dit gebied.
In Jiângxî en het oostelijk deel van Hunan worden de Gan-dialecten gesproken; in het overige deel van Hunan spreekt men Xiang.

Klassiek Chinees

Het Klassiek Chinees of Wényán is de taal waarin tot in de twintigste eeuw bijna alle Chinese teksten werden geschreven. Het Wényán was de geschreven taal van de ambtenaren, die al tijdens de Qin-dynastie (221-206 v.Chr.) was ingevoerd en vooral diende om officiële stukken op schrift te zetten. In die tijd was het Baihua de dagelijkse spreektaal, de taal van de ‘levende dialecten’. De keizers van de Sui- en Tang-dynastieën legden alle ambtenaren in het keizerrijk het gebruik van het Noord-Chinese dialect van Beijing (Mandarijn) op. Sinds de Yuan-dynastie wordt dit als het Algemeen Beschaafd Chinees beschouwd.
De zinsbouw en de woordenschat zijn gebaseerd op de spreektaal van de Periode van de Strijdende Staten (4de-3de eeuw v.C.). Toch was de schrijftaal al in die tijd enigszins gestileerd, in het bijzonder in de woordenschat.
Omdat in het schrift alle homofone vormen te onderscheiden zijn, ontwikkelde het Klassiek Chinees zich tot een zeer bondige maar kunstmatige schrijftaal en heeft dan ook geen eigen klankleer. Voor het oplezen wordt traditioneel overal in China gebruik gemaakt van de plaatselijke uitspraak die op dat moment geldig is.

Standaardtaal

De behoefte aan een levende standaardtaal dateert uit de periode van sociale en politieke verdeeldheid aan het begin van de twintigste eeuw. Er gingen toen stemmen op om het Peking-dialect, de hoofdstedelijke norm van de laatste eeuwen, tot standaard te verheffen. In 1919 werd niettemin een kunstmatige uitspraaknorm afgekondigd die pas in 1932 werd vervangen door de Pekinese uitspraak.
De zinsbouw en de woordenschat van de standaardtaal zijn die van de Mandarijn-Chinese dialectgroep. Deze taal wordt zowel in de Volksrepubliek China als op Taiwan als standaard beschouwd. Wel hebben beide landen hun eigen naam voor de standaardtaal: op Taiwan is de oorspronkelijke naam Guóyu (of Kuo-yü, 'Nationale Taal') gehandhaafd, maar op het vasteland heet de taal Putônghuà ( 'Algemene Taal').
Als schriftelijke norm werd het Klassiek Chinees na de Literaire Revolutie van 1919 vervangen door Báihuà, de moderne schrijftaal.

Pinyin

Het Chinese schrift dat dateert van ca. 5000-4000 v.Chr., wordt als de oudste geschreven taal ter wereld beschouwd en kent maar liefst meer dan 80.000 karakters. Een gemiddelde Chinees gebruikt maar ca. 3000-4000 karakters, iemand met een goede opleiding heeft er 6000-8000 nodig. Om een krant te lezen heeft men voldoende aan 2000-3000 karakters.
Het Chinese schrift heeft zich ontwikkeld van een beeld- of pictografisch schrift met eenvoudige miniatuurafbeeldingen tot een ideografisch schrift met zeer gestileerde ontwerpen die men moet analyseren om ze te begrijpen. De Chinese karakters geven geen precieze indicatie over de uitspraak, zodat hetzelfde schrift vrij gemakkelijk in het hele land kan worden gebruikt door sprekers van verschillende dialecten.
In een poging het analfabetisme terug te dringen gebruikt men nu op grote schaal een algemeen geaccepteerd transcriptie-systeem om de taal in het Latijnse alfabet te schrijven: de zogenaamde Pinyin-spelling. Verder heeft men een systeem ontwikkeld om de meest voorkomende karakters te vereenvoudigen. Zo werden in 1956 meer dan 2000 karakters vereenvoudigd.

Na de stichting van de Volksrepubliek China zijn massale campagnes gevoerd voor de verbreiding van het schrift en van het Standaardmandarijn. Voor de weergave van het Standaardmandarijn in het Romeinse alfabet werd in 1957 een officiële transcriptienorm vastgesteld: Hànyu Pinyin (letterlijk: 'Transcriptie van het Chinees'). Toch is het nooit de bedoeling geweest het karakterschrift te vervangen door deze transcriptie.
Hànyu Pinyin, meestal kortweg Pinyin genoemd, is juist bedoeld om de uitspraak te noteren bij het leren schrijven van karakters. Buiten China is het gebruik van dit transcriptiesysteem voor de weergave van Chinese woorden sinds de jaren tachtig algemeen geworden. Hànyu Pinyin werd in 1982 als norm erkend door ISO, het bureau voor internationale normalisatie in Genève.
In China zijn verder meer dan 30 schriftvormen in gebruik. Hiervan bestaan er 20 al honderden jaren, waaronder het Mongools, Tibetaans, Dai, Yi, Oejgoers, Russisch en Mantsjoerijs. Andere, zoals de taal van de Zhuang, die geen eigen schrift hadden, zijn omstreeks 1950 kunstmatig gecreëerd op basis van het Latijnse alfabet.
Het Pinyin-systeem heeft 24 medeklinkers, 15 klinkers (en klinkercombinaties) en vier tekens voor de in het Chinees belangrijke woordtoon. De toonhoogte (vlak, stijgend, dalend, dalend-stijgend) maakt van het karakter een ander woord en geeft het een andere betekenis. Daarnaast bestaat er een nog een neutrale toon, die wordt bepaald door de voorafgaande toon.
De uitspraak van een karakter kan worden verdeeld in: toon, beginklank en eindklank. De betekenis van een karakter wordt bepaald door de toon van die klank, het toonteken wordt boven de klinkers geplaatst.
Zo kan de lettergreep ‘ma’ afhankelijk van de toon ‘moeder’, ‘paard’, ‘hennep’ of ‘feeks’ betekenen.
De Chinese taal kent geen verbuigingen en ook geen mannelijke en vrouwelijke woorden zoals in het Nederlands. Om enkelvoud en meervoud, mannelijk en vrouwelijk, tegenwoordige en verleden tijd aan te geven, moet men (aan een zin) telwoorden en bijwoorden toevoegen. Verleden tijd wordt aangegeven door tijdsbepaling en een toevoegsel dat aangeeft dat de activiteit al voorbij is.
Veel Chinese woorden bestaan uit twee of meer karakters of éénlettergrepige woorden. Bijvoorbeeld, het Chinese woord voor film is ‘dian-ying’, en bestaat uit de woorden dian (‘elektriciteit’) en ying (‘schaduw’). Om het lezen makkelijker te maken, worden in het Pinyin tegenwoordig de lettergrepen samengevoegd die samen één woord vormen.

Bronnen:
China
Cambium, 1998

China
Informatie Verre Reizen, 2001


Harper, D. / China
Kosmos-Z&K, 2002

Jansen,I. / China
Gottmer/Becht, 2000


Knowles, C. / China
Van Reemst, 2002

MacDonald, G. / China
Kosmos-Z&K, 1998

Eijck, F.
Reishandboek China
Elmar, 1996

Floor, H. / China
Stichting Teleac, 1988

Print

Download alle hoofdstukken in één PDF file